Toelichting op de expositie „El Camino - de weg”

Tanja Boxman

Ongeveer drie en een half jaar geleden kwam ik samen met mijn man, Dirk Sparreboom, uit Santiago de la Compostela in Spanje gefietst. Sinds tien eeuwen een belangrijke bedevaart­plaats binnen het christendom, omdat St. Jacob, in het Frans St. Jacques en in het Spaans Santiago, daar begraven zou liggen. St. Jacob of Jacobus was één van Jezus' apostelen. De bedevaartstocht naar Santiago heet op zijn Spaans „el camino” (de weg). En wat is er devoter dan ter bedevaart gaan?

Maar reizen is een verdwijntruc en fietsen is mijn devotie of toewijding. We fietsten de laatste tien jaar ongeveer vijftigduizend kilometer door Europa, waarbij ook andere belangrijke bedevaart­plaatsen zoals Rome, Lourdes, El Rocio en Virgen de Cabeza bezocht zijn en vele kerken en kerkjes, waarvan de weerslag op deze expositie, op de hier draaiende foto-presentatie en op onze website te zien is.

Onderweg zijn van A naar B, in een landschap in alle soorten weer, met alles bij je in je fietstassen, is voor mij geluk, vrijheid, doel op zich. Het tempo van reizen op de fiets is ideaal. Het wordt een verslaving, waarvan we hebben moeten afkicken; want dit kan ik niet meer zo intensief doen, omdat ik op de laatste fietstocht multiple sclerose heb gekregen. Misschien had ik géén „heilig hart”, misschien had ik de reis niet omgekeerd moeten maken!

De reis naar Santiago was altijd een geliefd beeld voor de levensweg. In 2005 gingen ongeveer honderdduizend mensen dezelfde weg als ik. De weg is aangegeven met pijlen. De symbolen van de pelgrims, die oorspronkelijk liepen, waren de staf, de drinkkalebas, de breedgerande hoed , de mantel en de St. Jacobsschelp.

Sommigen doen boete, anderen zoeken het avontuur en weer anderen willen een gunst afdwingen, bijvoorbeeld genezing van een ziekte. Veel hedendaagse pelgrims zoeken harmonie met hun omgeving, de natuur. Zij willen deel uitmaken van een geheel, een stroom van tien eeuwen oud. Voor sommigen is het een rite de passage naar bijvoorbeeld pensioen, of alléén verder na een scheiding.

Wat mij opvalt in het christendom en zeker in rooms-katholieke landen in Zuid-Europa is dat het een godsdienst van het lijden is, neergezet op een theatrale manier. Semana Santa (Spaans voor heilige week), de week voor Pasen, wordt in Spanje gevierd met processies, die uitlopen in feesten, waarbij véél van deze beelden hier, die normaal in de kerk staan, mee­gevoerd worden.

Het lijden van zieke pelgrims in Lourdes en van mijzelf vindt zijn weerklank in de ex-voto reliekschrijnen. Regelmatig hingen er wassen ledematen in kerken ter afdwinging, of als dank voor, genezing. Dàt kon ik ook wel gebruiken! Dus kocht ik ze. Verder verwerkte ik mijn ziekendagboek in deze reliekschrijnen en ook bijvoorbeeld poëzie .

Afscheid van gezondheid is rouw. De reliek­kastjes zijn enigszins therapeutisch. .

Het thema rouw heb ik ook verwerkt in mijn werk over begraafplaatsen.

Langs de camino wordt in de honderden kerken het mysterie geconcretiseerd in een beeldverhaal van fresco's, reliëfs. Bovendien kom je beelden en relieken van tal van heiligen tegen (botjes, stof) die vereerd worden en een bepaalde kracht hebben, bijvoorbeeld genezing. Er bestaan wonder- of wensbomen, waaraan je een stukje stof hangt als je een wens doet. Ik zag ze ook in Marokko en Turkije. In Afrika heb je kracht­beelden en over de hele wereld genezende bronnen.

Eén van mijn favoriete heiligen is toch wel St. Rita, voor onmogelijke zaken. Zij is zeker de persoon om mij te helpen, als ik er in geloofde. Ze leefde in de 14e - 15e eeuw in Umbrië, Italië en kreeg de stigmata van de doornenkroon toen ze na een ongelukkig huwelijk non werd. Toen ze stierf bloeide er een roos, terwijl het niet het seizoen was. Zij is mijn heldin en ik heb vier jaar geleden voor even in haar voetsporen mogen treden. (Zie de foto van mij als St. Rita.op de expositie)